vrijdag 7 januari 2011

Feest!

Er waren eens twee varkens die waren. Ze woonden met enkele kippen in een krakkemikkige stal bij een oude boer die elke dag hetzelfde deed. Opstaan, de dieren eten geven, eieren rapen, eieren bakken, eieren eten, het erf verzorgen en daarna kijken hoe mooi hij het weer gedaan had. Elke dag was hetzelfde en elke dag zagen de varkens hem rondslenteren en hetzelfde doen. Het enige dat veranderde waren de seizoenen en het weer. Soms was het koud, soms was het warm, maar de boer slenterde altijd aan hetzelfde tempo.

Er was maar één dag in het jaar die werkelijk anders was. Gruweldag, in hartje winter. Op die dag nam de boer bij het voederen de dikste kip uit de stal en nam haar mee in huis. Enkele tellen later steeg een hemeltergend gekakel en gekrijs op uit haar kippenstrot die de boer vakkundig oversneed. ’s Avonds wasemde de geur van geroosterde kip over het hele erf en kwamen alle dieren samen om te treuren. Elke gruweldag eindigde met een heus bombardement. Rond het erf weerklonken luide knallen die uiteenvielen in dwarrelend sterrenstof. De boer stond erbij en keek ernaar, een traan in de linkerooghoek, zijn hand op zijn gevulde maag.
‘Dat was weer een lekker kippetje,’ zei hij dan, maar hij zei het zonder vreugde.
Jaar na jaar werd de boer ouder en jaar na jaar verdwenen meer en meer kippen. Wat ooit een mooie roede van veertig stuks was werd in de loop der jaren uitgedund tot de laatste kip.

‘ Zeg Nancy,’ vroegen de varkens aan de vooravond van gruweldag, 'Ben je niet bang voor morgen?’
‘ Nee,’ zei Nancy vastbesloten, ‘ Mocht de boer mij slachten is er niemand meer die eieren voor hem kan leggen. Daarom denk ik dat hij deze editie iets anders zal eten.’
Iets anders.
De varkens braken zich het hoofd.
Wat viel er nog zoal te eten op de boerderij: gras, dennenappels, een vegetarische schotel op een blaadje van mest? Het besef ontvouwde zich langzaam tot een weet: een van hen zou geslacht worden. De boer was nu eenmaal een wrede, verzuurde beul. De varkens sloegen in paniek en renden als kippen zonder kop door de stal, toen Nancy hen fladderend tot stilstand bracht.
‘ Hou nu eindelijk op!’, riep ze, ‘ Er moet een oplossing zijn!’
‘ Ik begrijp wat je bedoelt,’ zei Fons, die het domste varken was en hij hurkte door zijn achterste poten om te persen.
‘ Wat ga je doen?’
‘ Eieren leren leggen,’ zei Fons, ‘ Ik denk dat ik er eentje heb.’
Hij raapte de buit vanonder zijn kont en stak ze triomfantelijk in de lucht.
‘ Euhm... Ik denk dat we het elders moeten zoeken,’ sprak het andere varken, Gabriël.

De volgende morgen betrad de boer de stal met zijn slagersmes, verlekkerd op een stukje varkensbout. Hij schrok toen zijn dieren verdwenen bleken en hij werd opgewacht door een man in maatpak.
‘ Ik ben de woordvoerder van de dieren,’ zei de man,’ U kent me mogelijk van op de televisie, ik heb nog voor het bisdom geopereerd en sindsdien heb ik besloten dat ik niet meer met mensen wil werken.’
‘ Van mijn erf!’, schreeuwde de boer zwaaiend met het mes.
‘ Rustig, beste man,’ zei de woordvoerder, ‘ Geef me de vrijheid om een en ander op te helderen. De dieren maken zich zorgen. Niet zozeer over zichzelf, maar over u. Ze zien u al jaren rondslenteren op uw erf, terwijl u dag in dag uit hetzelfde doet, met uitzondering van gruweldag. Terwijl de wereld feest viert, viert u uw eigen feest. Daarvoor moet elke keer een dier sterven, maar zoals u al dan niet weet zijn de dieren bijna op. Ze zouden zoveel meer kunnen zijn dan een kluif. Ze kunnen warmte zijn, gezelschap, liefde. Maar misschien bent u te blind voor dat alles, voor de schoonheid die u hebt, maar die u niet wil zien.’
‘ U heeft gelijk,’ stamelde de boer, compleet van zijn melk, ‘ Ik begrijp perfect wat u bedoelt.’

Die nacht vierde de boer voor het eerst in jaren feest in gezelschap. Fons, Gabriël en Nancy schoven aan bij de feestdis en na het maal genoten ze van de knallen en het sterrenstof. Allen een traan van geluk in de linkerooghoek, allen een hand op de maag die tot de rand was gevuld met woordvoerder. En zo werd het de mooiste gruweldag tot hiertoe.

maandag 3 januari 2011

Bond Zonder Hoop

Nieuw jaar,
nieuwe Druivelaar.


'Bond zonder Hoop' is een vereniging zonder winstoogmerk die een volwaardig alternatief wil bieden voor een andere Bond die wij niet bij naam wensen te noemen.

dinsdag 28 december 2010

Fragment

Tjörn en Wolfgert betraden de duistere grot en stootten op de magische steen.
‘ Wie of wat ben je?’, vroeg Tjörn.
De magische steen leek op te lichten, al konden het ook Tjörn zijn pupillen zijn die zich aanpasten aan het duister van de duistere grot.
‘ Antwoord!’, riep Tjörn, enigszins angstig door zoveel mystiek en magie.
De steen bleef stil en roerloos.
‘ Hij zegt niks,’ zei Tjörn.
‘ Dat is omdat hij je niks te vertellen heeft,’ zei Wolfgert, ‘ Nog niet. De steen spreekt enkel tegen De Uitverkorene. En tegen mij.’
Wolfgert ging dichterbij en legde zijn oor te luister bij de steen die hem iets leek in te fluisteren.
‘ Wat zeg je, steen? Ik moet Tjörn aan stukjes laten knabbelen door de bultrugratten en de overschotjes op een pizza leggen die ik je om middernacht moet offeren. Zonder olijven en met niet te veel kaas. Wat zeg je? Lactose-intolerant. Geen kaas. Kan ik ze dan niet beter op een zoute pannenkoek leggen? Ik ken anders wel een goed adresje in de…’
‘ Hou op!’, onderbrak Tjörn de ongenadige ongein, ‘ Je jaagt me de daver op het lijf met je fratsen!’
‘ Ik weet het,’ grijnsde Wolfgert en hij liep naar de uitgang van de grot, ‘ Laten we gaan. Als je wil weten wat de steen je echt te vertellen heeft, hebben we geen tijd te verliezen. Op naar het dal van Babelmosesgart!’


Fragment uit ‘ Tjörn Töpelsmeg en de Vermeend Magische Steen’

Canal Marginal publiceert geregeld fragmenten uit literaire werken van eigen kweek die om een of andere reden ongepubliceerd zijn.

zaterdag 25 december 2010

Kerstgedachte

Nee,

ik
kan
zo
niet
meteen
iets
bedenken.

woensdag 15 december 2010

Flard

Ik herkende de schim in een oogopslag. Het was Frostie: ex-klasgenoot, ex-bajesklant, ex-blanco. Zijn pad was al lang uitgestippeld, zijn huidige verschijningsvorm gekneed nog voor hij met sap en al uit zijn moeder gulpte. Menig leraar bezwoer hem dat hij hooguit achter de vuilniskar zou eindigen, maar geen van hen durfde voorspellen dat hij er in de zomer van 2003 een zou overvallen. Het was een van de vele stommiteiten die hem twee jaar van zijn leven kostten. Want stom was hij wel. Stom, maar immer vriendelijk. Dus deed ik maar vriendelijk terug. Zo stom ben ik nu eenmaal.
‘ Yo Frostie, lang geleden! Hoe gaat het nog?’
‘ Dat gaat.’
‘ Wat doe je nog tegenwoordig?’
‘ Beetje van alles, ditjes en datjes. En jij?'
‘ Hetzelfde, maar dan anders.’
Stilte.
‘ Hoe gaat het nog met je broer?’
‘ Welke? Krispie, Smacks, Pops, Loops, Chocos of Prokorn?’
‘ Ik weet niet, die met zijn snor en bril.’
‘ Ze dragen allemaal een bril, maar geen enkele heeft een snor. Nu toch niet meer.’
‘ Tja, doe ze alleszins de groeten, allemaal.’
‘ Zal ik doen, als ik ze nog eens zie. Zeg, euh…’
‘ Ja...?’
‘ Mag ik u iets vragen?’

zondag 5 december 2010

Deur

Hoort…
Wie klopt daar op de deur?
Arend Barend Dreverhaven
of de belastingscontroleur?

Een Anonieme Alcoholist
of de Jehova getuigen.
De buren voor wat gist?
(die mijn kast leeg zuigen)

De tombola van de flikken
of de stofzuigerman?
Een dief die wat wil pikken,
een snob met 'n verzekeringsplan?

Mijn dood gewaande schoonmoeder,
een Afghaanse terrorist,
een reclametiest met waspoeder?
Ik wou dat ik het wist.

De stoute man met het snoepje,
een oude pokervriend?
Wat het ook mag wezen…
Ik heb het niet verdiend.

"Wees maar gerust mijn kind,
ik ben de goede Sint.
Ik kom in peis en vree
en de roe valt best wel mee."


Canal Marginal bezit alle rechten op de complete Jan Langeman-catalogus. Om deze investering te laten renderen wordt zijn werk geregeld gepubliceerd op de site.

woensdag 1 december 2010

Bond Zonder Hoop

Volwassen worden
is voor kinderen.


'Bond zonder Hoop' is een vereniging zonder winstoogmerk die een volwaardig alternatief wil bieden voor een andere Bond die wij niet bij naam wensen te noemen.