dinsdag 19 mei 2009

Herbronnen

Waarde lezer,

Zoals u mogelijk heeft opgemerkt, slabakt deze blog een beetje. Dit heeft een veelheid aan redenen, waarvan ik u het merendeel zal besparen. Aanvankelijk was het mijn bedoeling om een wereldwijd toegankelijk archief aan te leggen van alle teksten die ik in de loop der jaren heb geschreven. Helaas ontdekte ik al snel dat:

A. veel teksten gedateerd zijn vanwege indertijd brandend actueel
B. het niveau van sommige teksten heden niet meer te verdedigen is
C. veel teksten simpelweg te lang zijn voor zo'n blog
D. heel veel teksten simpelweg verdwenen zijn door het wisselen van pc's (en Amiga's) in combinatie met slecht backupbeheer.
E. er veel halve teksten tussen zitten, waar geen flikker mee aan te vangen valt

Neem daar nog bij dat ik heden een vrij bizarre periode doormaak, waarin deze blog zowat het laatste van mijn 'zorgen' is. Niet verkeerd te begrijpen: het komt er gewoon op neer dat ik even andere prioriteiten heb.

Met de nadruk op even. Omdat Canal Marginal nog altijd mijn kind is en ik mijn fans niet wil teleurstellen, ga ik even herbronnen. Ik stel voor dat we afspreken op maandag 6 juli. Ik neem wat tijd om na te denken, misschien heb ik tegen dan weer verse moed bij elkaar geschaard. Het zou kunnen dat ik het concept enigszins wijzig, dat ik iets meer autobiografisch ga werken... Zo zag ik gisteren in onze frigo worstjes van het merk 'Fülva' liggen, waarna ik spontaan de aandrang voelde om dit met de hele wereld te delen.

Met andere woorden: ik denk er eens flink over na. Ik weet dat het misschien een beetje flauw lijkt, maar it's better to burn out than to fade away. Afspraak op zes juli. Be there or be Albert.


Groet,

Filip

donderdag 7 mei 2009

Contact

Sinds ik gehuwd ben met mijn ware liefde (een struisvogel genaamd André) heb ik eindelijk gemoedsrust gevonden. Daardoor rest er nog maar één vraag die me écht in de ban houdt: hoe zou diarree er uitzien in het heelal? Niet echt een onderwerp voor een column, eerder iets voor een audiovisuele studie die niet zou misstaan in het SMAK of op een grensoverschrijdend congres voor interplanetaire toiletdames. Daarom zal ik straks overschakelen op een ander, scherper onderwerp, teneinde mijn fans niet te verjagen. Want die zijn er: André, mijn grootmoeders (alle vijf) en nog iemand die ik niet bij naam wens te noemen. Ik weet dat ze dit leest, dat ze elke letter uitknipt en inkadert, dat ze zich tot de volgende indringende publicatie zal afvragen hoe diarree er uitziet in het heelal. Om de zwaarte van dat denkwerk te verlichten zal ik meteen het antwoord geven: vies.

Maar laat ik vooral niet over haar uitwijden, voor ze denkt dat ik signalen geef, want knoop dit goed in je oren, snol: niemand komt tussen mij en André. We combineren visueel als knopen op kousen en het is amper legaal, maar dat deert ons niet... Zelfs de soepelste slangvrouw ter wereld is niet opgewassen tegen de mogelijkheden van een struisvogelnek. Blijf dus uit mijn buurt en zaag niet langer om die fanreis naar Oostakker. Dat oord representeert alles wat ik haat! Religie en commercie mixen niet. Toen Jezus aan dat kruis hing te bloeden, dacht hij heus niet: ‘Welkeen fotogenieke dood. Dit zou mooi hangen in de gemiddelde huiskamer.' Trouwens, ik haat één zevende van mijn fans, genoeg reden om thuis te blijven. Maar goed, ik mag me niet opwinden, dat is slecht voor mijn hart én mijn zaad en uiteindelijk kan je over alles doldraaien, als je het toelaat.

Ik zou bijvoorbeeld een boompje kunnen opzetten over de huidige cultuurclash, over het gebrek aan respect voor elkanders normen en waarden, over mensen die elkaar folteren en vermoorden, omdat ze nog niet gelouterd zijn door alles overstijgende en relativerende struisvogelseks. Over tienjarigen die pepsap en breezers zuipen en dan hun kloten aan een boom nieten omdat ze dat hebben gezien op tv. Over analfabeten die plots alle boeken van Dimitri Verhulst kopen, omdat ze ooit op een dood moment een boekenplank hebben getimmerd, waar ze geen blijf mee weten. Of zal ik nog even loos gaan over het narcistisch geteisem, dat zich laat opsluiten in een glazen kooi en garant staat voor subtiel bewegende lakens en spectaculaire ruzies over de afwas en rondslingerende kousen. Laat maar, waarom zou ik dat in Godsnaam doen, als je een toegewijde struisvogel hebt, die succulent aan je derde tepel knabbelt.

En als u me nu even wil excuseren. Mijn geliefde huilt. Smeekt om een gesprek.

Het leven is als een lied. Je hebt hoge en lage tonen. De stem uit de vorige alinea’s is verstomd. André heeft me net iets bekend: hij is ziek. Op zekere avond is hij binnen gedrongen in Park Peeters, waar hij contact heeft gehad met een andere vogel... Een parkiet genaamd Pascal. Dat die smeerlap een armtierige parkiet is, is één ding, maar dat hij Pascal heet gaat me werkelijk te ver. En dat hij mijn André met de Mexicaanse griep heeft besmet is al helemaal te gruwelijk, zelfs al heeft André op de hersencel van zijn moeder gezworen dat er geen seks mee gemoeid is. Hoe het dan wel gebeurd is weet ik niet. Morgen zal de dokter ons meer kunnen vertellen.

Maar soit, genoeg getreurd. Ik begraaf mijn pen en ga naar de hoeren. Of nee, ik heb een beter idee: een gratis idee! Heb ik daar geen fan zitten die hevig naar mijn goddelijke lichaam verlangt? Mmmm... Onze tot pompende vleesbrij versmeltende lichamen op een bedje van wildsla en radijzen... Als dat geen poëzie is weet ik het ook niet meer. Verdere fantasieën laat ik achterwege, omdat ik u ook niet te veel wil opwinden. Zelfs al zijn het slechts vage hersenspinseltjes van mijn alter ego dat geen fysieke (en ook geen mentale) gelijkenissen vertoont met mijn lekkere zelf. Met andere woorden: ik ben geen pervert die struisvogels binnendoet.

Nee, ik ben een eenvoudige jongen, die schapen scheert en hun wol omtovert tot een superknusse wintertrui. Al kan ik hun naaktheid ook wel smaken.

donderdag 30 april 2009

Final Thought

De hoeveelheid teksten op deze site is doorgaans een goede afspiegeling van mijn leven daarbuiten. Hoe minder leven op je scherm, hoe meer leven in mijn leven. En wat er leeft op het scherm is nep of op zijn minst verdraaid. Neem bijvoorbeeld dat verjaardagsfeest: dat was helemaal geen zielige bedoeling. Integendeel, het was een decadente orgie in de high society waar iedereen coke van kaalgeschoren dwergenhoofden snoof.

Doch laat ik plaats ruimen voor nieuws: aanstaande zondag (3 mei) wordt 'Wat met het hart wordt aangegaan' geprojecteerd op Kunst Met Peren, in JC Juvenes te Zele. Deze twee minuten durende kortfilm (waarvoor ik het 'scenario' schreef) maakt deel uit van het avondvullend programma, dat start om 20u.
Vrijdag is er tentoonstelling tussen 14 en 2 uur, zaterdag idem (met pauze tussen 18 en 19u30) en zondag van 10 tot 16 uur (met de show om 20 uur). Is dat een beetje overzichtelijk? Het doet er niet toe, zolang u maar weet dat de inkom gratis is en het jonge, creatieve Zeelse geweld zich vereerd zou voelen door uw bezoek. Want mensen die deze blog bezoeken, hebben nu eenmaal smaak. Om nog te zwijgen over hij die hem schrijft, zijnde:


Uw dienaar,

Filip

maandag 13 april 2009

Contactlenzen

Afgelopen vrijdag vierde ik mijn verjaardag in ‘De Vrolijke Vochtverstrekker’, mijn favoriete café. Omdat ik me niet op mijn eentje wou bezuipen, had ik mijn beste vrienden opgetrommeld: simme Frans en kromme Pol. Simme Frans ken ik al sinds de kleuterklas, toen het nog niet opviel dat hij ietwat kinderlijk is. Dat ontdekte ik pas in het zesde studiejaar, maar toen hadden we al een bepaalde band die ik niet meer wou doorbreken. Dat zou een teken van liefde kunnen zijn, al denk ik dat het eerder onverschilligheid is. We hebben een vreemde relatie: omdat een gesprek voeren quasi onmogelijk is, doen we activiteiten. Meestal gaan we een saté of een haring eten, maar je vindt ons ook in het park of bij de drankautomaat in het station. Kromme Pol heb ik dan weer ontmoet, toen ik hem onnodig wou helpen met het zoeken naar zijn contactlenzen. Die eerste herinnering vissen we altijd op als er een pijnlijke stilte valt. De rest van de tijd kraken we slechte films af, die we nooit hebben gezien.

Mijn vrienden zijn dus waardeloos. Maar ze hadden wel cadeautjes mee. Van Frans kreeg ik een doos met 450 penvullingen, omdat hij denkt dat ik een schrijver ben. Helaas ben ik gewoon een doorsnee lul met te veel tijd en een pc. Dat probeerde ik Frans ook duidelijk te maken, al zei ik het niet met zoveel woorden.
‘ Daarenboven heb ik geen pen,’ voegde ik er nog aan toe.
‘ Miljaar,’ vloekte hij van streek, ‘ Ik dacht er nog één bij te kopen, maar mijn geld was op.’
Pol drumde Frans opzij, met zijn gevulde handen plagend achter de rug. Hij kuchte voor stilte en sprak me plechtig toe: ‘ Weet je nog die keer… Dat je mijn contactlenzen wou helpen zoeken, toen we elkaar hebben ontmoet?’
‘ Ja natuurlijk,’ zei ik, ‘ We hebben het er net nog over gehad, na dat gelul over Epic Movie.’
‘ Ik weet het, maar het blijft een mooi verhaal,’ bloosde hij, ‘ Alleszins… Hier is het!’
Triomfantelijk stopte hij me een doosje in de handen. Ik nam het aarzelend aan, hopend dat het geen trouwring was. Want hij was homo, dat wist ik zeker nadat ik hem een keer had betrapt, terwijl hij mijn wc-borstel zat af te zuigen. Gelukkig was het iets anders. Het waren… Contactlenzen!
‘ Wat moet ik hier nou mee?’, vroeg ik verdwaasd.
‘ Het is een symbolische cadeau,’ zei hij, ‘ We hebben elkaar ontmoet door contactlenzen die er niet waren, maar onze diepe vriendschap heeft ervoor gezorgd dat ze uiteindelijk zichtbaar zijn geworden!’
‘ Dat is de belachelijkste symboliek sinds die ene film… Je weet wel, die met die vrouw met dat haar. Maar bon, sta me toe dit poëtische moment te vervolledigen.’
Ik nam de lenzen uit het doosje en slingerde ze weg.
‘ Ga ze maar zoeken,’ zei ik, ‘ En verwacht geen hulp, want ik ga pissen.’

Ik liep naar het toilet, toen mijn oog op een affiche aan het prikbord viel. Het was een opsporingsbericht. De gezochte was een achttienjarige jongen van één meter achtenzeventig. Hij was vijfenzeventig kilo zwaar en had een fout, bolvormig stekelkapsel dat hij zelf geweldig vond. De avond van zijn verdwijning droeg hij een T-shirt van The Prodigy, een gescheurde broek van de ‘D&A’ en een naïef ogend brilletje. Die jongen was… Ik. En ze zouden hem nooit meer vinden. Dus ging ik pissen. Het leven stroomde uit mij en in mij, de vloed verfriste mijn gedachten. Het geklater echode in de leegte. Ik piste op mijn broek om te voelen dat ik leefde, maar ik voelde enkel vocht verdrogen tot warme, klamme jeuk.
‘ Ik moet iets aanvangen met mijn leven,’ zei ik tegen mezelf, ‘ Dit moment is een kans, elk moment is een kans en ik heb achtentwintig jaar vergooid… Tijd voor actie!’

Ik rende opgewonden naar buiten en kwam in mijn blinde enthousiasme onder een auto terecht. Een denderend wiel deed mijn schedel kraken, waarop mijn hersenen uit mijn kop kwakten. Juichend sloegen ze op de vlucht en hoewel ik hen geen ongelijk kon geven, probeerde ik ze met mijn laatste motorische spasmen van de grond te schrapen en terug in mijn koker te proppen.
Druppelsgewijs kwam ik weer tot leven en herhaalde mijn laatste woorden: ' Tijd voor actie!'
Ik rende naar binnen en dronk mezelf moed in, maar verzandde onverwacht in een gesprek over contactlenzen en films, waardoor ik mezelf moest overtuigen dat het morgen zou gebeuren.
Dat gebeurde niet. Maar morgen gebeurt het wel.

dinsdag 7 april 2009

Geweigerde comedian slaat terug

Op 10 mei komt Gunter Lamoot naar Jeugdcentrum Juvenes in Zele. De lokale comedian Abello Scheurschuym (54) bood zich spontaan aan om het voorprogramma te verzorgen, maar tot zijn verbazing (en die van een fan) werd het in handen gegeven van Steven Goegebeur. Omdat Canal Marginal een democratisch platform is, gaven we hem de ruimte voor een weerwoord. Als we hem opbellen (terwijl hij net zijn goudvissen aan het natellen is), steekt hij spontaan van wal.

Scheurschuym: Weerwoord. Dat is weer een woord. Wat is het woord weer? Woordweer, een stortregen van woorden, recht uit mijn mond, de zaal overspoelend tot iedereen zo nat is als een poesje dat zes weken op het Zeelse fonteinhof heeft gezeten. Droog dus, zoals mijn humor, zonder kapsones of geluidseffecten.

CM: Heeft u enig idee waarom men u geweigerd heeft?

Scheurschuym: Ik vrees dat mijn grappen iets te scherp zijn, te controversieel. Laat ik het anders illustreren met een voorbeeldje… Het vermoordt kinderen en er staat water in. Kim De Kelder! Het vermoordt kinderen en het is groen. Nee? Kim De Selder. Hilarisch, maar hard. Ik ben de eerste comedian die grappen durft maken over het incident, ook al steekt het een beetje, maar laat ik vooral het mes niet verder in de wonde draaien. Haha!

CM: Het heeft niks te maken met het niveau van de grappen?

Scheurschuym: Natuurlijk niet. Moppen over ground zero of de beurskoers zitten er niet in. Nee, serieus, ik denk niet dat niveau een voorwaarde is om erkenning krijgen. Het werkt zelfs omgekeerd. Eerst moet je erkenning krijgen om de indruk van niveau te scheppen, want laten we duidelijk wezen: echt grappige humor bestaat niet. We denken dat het bestaat, we worden voorgeprogrammeerd door lachbanden en de status van pakweg Geert Hoste of nonkel Jos. Het is een vicieuze cirkel die ik niet kan doorbreken.

Om zijn punt te illustreren laat Scheurschuym een scheet op een exemplaar van ‘Mein Kampf’. Als we niet reageren, zegt hij: ‘ Bij iemand als Lamoot zou dit puur lachgas zijn.’ We besluiten ons wijselijk tot de fan te wenden: Wesley Vuylsteke (38). Als we hem maar om meer uitleg vragen, wordt hij enthousiast.

Vuylsteke: Den Abello?! Ja, die kan er wat van! Elke keer hij schiet, raakt hij steevast doel. Soms in het hart, soms in de ballen, maar altijd raak. Hij is een genie! De beste schutter die ik ken, al sinds we samen naar de kermis gingen en nu al jaren mijn beste kompaan in de paintballclub.

CM: Euh, het ging eigenlijk over zijn komische talent...

Vuylsteke: Oh ja, je kan een potje met hem lachen. Zoals die keer toen hij met zijn blaffer een bakkerij binnenstapte en zei dat hij rozijnen in de boterkoeken kwam schieten. Helaas begrepen ze hem niet en stopten ze hem in de bak. Sindsdien is hij wat stiller, ja, maar voorts nog altijd de max en een crème van een behanger, ook. Niet te onderschatten!

Gunter Lamoot en Steven Goegebeur treden op 10 mei op in JC Juvenes (Kloosterstraat 31, Zele). De deuren gaan open om 19u, het optreden start om 20u30. Kaarten in voorverkoop kosten 7 euro. Aan de kassa betaalt u 10 euro (leden) of 9 euro (niet-leden)

zondag 29 maart 2009

Final Thought

Deze keer geen geëmmer, gemekker of gekoos. Geen al te evidente opinies over Franse revisionisten, pausachtige seksfreaks of verkeersprofeten die tegen 174 per uur hun idealen voorbij snellen.

Enkel de feiten: volgende maand o.a. een interview met een ondergewaardeerd standupgenie uit Zele (mekka der ondergewaardeerden) en het relaas van mijn nakende verjaardagsfeest (nu reeds hoera). Tot dan!

zondag 22 maart 2009

Perte Totale

Mongolen in een auto, ze zijn alomtegenwoordig. Ze sterken mijn theorie rond selectieve intelligentie, het feit dat sommigen het verschil tussen links en rechts niet kennen, maar wel in staat zijn belastingen te ontduiken en een rijbewijs te halen.
‘ Dat moet ik ook kunnen,’ besloot ik op zekere ochtend, waarop ik meteen een handvol cheques scoorde om een rijopleiding te starten. Ik had zin om me in de realiteit te storten, die ik lange tijd had gezien als een kolkende moshpit. Maar eens achter het stuur, aan de rand van het industriepark, met mijn brommende begeleider naast mij, zonk de moed me in de schoenen en sloop een stuip in mijn voet, waardoor de wagen een doodsreutel slaakte, nog voor hij tot leven kwam.
‘ Noem je dat de koppeling loslaten?’, riep Torino, want zo heet de man.
Ondanks mijn legendarische woordenschat, wist ik niet wat hij bedoelde, dus besloot ik me in mijn ondergeschikte rol te wentelen.
‘ Eerst loslaten, dan gas geven!’, herhaalde hij voor de honderdste keer, maar het klonk even abstract als de evocatie van een scheet in gebarentaal. Ik dacht aan alle malloten die me in de loop der jaren waren voorbijgesneld en besloot dat niet te veel nadenken misschien de beste manier was om iets praktisch te verrichten. Dus liet ik rustig mijn ene voet omhoog komen, drukte met de andere het gaspedaal in en reed vlotjes achteruit.
‘ Vooruit,’ schreeuwde Torino, ‘ Vooruit!’
Geschrokken keek ik door de voorruit, waardoor ik niet zag dat er een extreem schattig konijntje achter de wagen liep, dat ik herleidde tot een dampende puree. Ik wist dat het een voorteken was, maar zette toch door, ondanks Torino die ettelijke malen dreigde met zijn ontslag. Ik gaf niet op en bleef rijden tot ik in mijn eentje de baan op kon, sportief leunend door het venstertje, mijn hoofd ritmisch dreunend op de beat, exact zoals ik altijd had geoefend op mijn bureaustoel, ook als was het onmogelijk om Grand Theft Auto uit te spelen met één hand. Zo reed ik van Zele tot Baasrode, terwijl ik eigenlijk op de Heikant moest zijn.

Dus besloot ik een GAL 2001 te kopen, ook wel bekend als Goed & Andig Landschapsnavigatiesysteem Tweeduizend en één. Een innovatief product met meer dan vijfentwintig (dus zesentwintig) verschillende stemgeluiden, waaronder dat van Darth Vader, Didier Reynders en Mimi Smit. Na enige probeersels besloot ik het bij Wim De Vilder te houden, zowat de enige beroemdheid die me te vertrouwen leek… Tot hij me op zekere dag naar een eilandje temidden van het Donkmeer wou gidsen. Gelukkig kon ik remmen voor ik de plas in dook.
‘ Wat spook je uit!’, riep ik.
‘ Het hoofdpunt van vandaag is Laarne,’ zei Wim onverstoorbaar, ‘ Eerder kreeg u al de Markt, het Heilig Hartplein, de Avil Geerincklaan, de Poststraat, de Langemuntstraat, de Driesstraat, Wezepoel, de Gentse Steenweg en…’
‘ Dat is geen antwoord op mijn vraag!’, schreeuwde ik.
‘ Onze excuses voor deze technische storing,’ sprak Wim geroutineerd, waarna hij me weer rimpelloos de baan op gidste. Hoewel ik het zaakje niet vertrouwde, nam ik terug mijn houding aan: arm door het raam en kop op de beat, speurend naar grieten waar ik indruk op kon maken, ook al ben ik iets te oud om te kunnen pronken met het feit dat ik kan rijden. Relaxed zweefde ik over het wegdek, toen er een schreeuwerige stem weerklonk: ‘ Welk straatnaam kan jij vormen met Straat!? We zoeken vijf letters! Vijf doodeenvoudige letters uit een alfabet van zesentwintig! Dat kan iedereen, zelfs het kleinste kind … Wat niet betekent dat minderjarigen mogen meedoen, te weten: deelnemen mag, maar winnen niet! Komaan, jij kunt het! Jij weet het! Ja, jij daar! Jij bent de enige die op dit uur op deze dag in deze auto zit!’
In paniek drukte ik op de knoppen, wanhoopskreten richtend tot Wim, maar het toestel bleef het geratel van Gino braken, als je die hyperactieve hansworst kent.
‘ Ik ga dood!’, riep ik.
‘ Wooooow! Sjuper! Gewééééééldig!’
Eddy?! Ik gilde iets terug en wierp mijn blik in de rondte, toen ik een rode mini achter me zag. Op zich geen noemenswaardig feit, ware het niet dat deze bevolkt was door vijf bloedgeile communistes. Hun verschijning bracht me helemaal van streek. Mijn reputatie stond op het spel en wie me een beetje kent, weet dat die heilig voor me is. Ik mocht en zou niet stoppen! Meer nog: ik moest een tandje bijsteken, want aan dit tempo leek ik hoogbejaard.
‘ Ama ho, wat doe je nu zehg!’, riep Piet Huysentruyt plots, ‘ Filipke, Filipke, Filipke toch! We gaan nog eens de puntjes herhalen… Eén!’
Ik gaf geen antwoord en deed wat een mens hoort te doen met kapotte toestellen: er op kloppen tot er iets verandert. Herstel je het niet, dan sla je het perte total, maar alles is beter dan het defect laten zijn. Helaas bleef Piet gespannen wachten op een antwoord en kreeg ik het ding niet kapot.
‘ Stomme kwaliteitsproducten!’, vloekte ik, veel te snel door een bocht razend.
‘ Waar zijn die handjes!’, riep Regi.
‘ Er is zo precies een heel klein beetje een plobreem,’ gromde een hond.
‘ Ik ben Phaedra Hoste,’ zei Phaedra Hoste.

Ik bleef wanhopig op het ding rammen, maar de stortvloed aan BV’s was niet te stoppen. Verward door de overdaad begon ik te stuiptrekken. De wagen schokte over het wegdek, rammelde en gierde. De communistes wezen lachend in mijn richting, dus besloot ik te stoppen. Met mijn laatste gevoel voor waardigheid probeerde ik het voertuig te parkeren, wat min of meer lukte op een iets te hoog trottoir. De rode wagen vertraagde, vijf nieuwsgierige hoofden keken me aan. Snel hing ik mijn arm door de ruit, terwijl ik mijn hoofd liet veren op de beat. Meewarige blikken gleden voorbij en verdwenen in de verte. Verslagen zakte ik weg in de zetel en klikte de radio uit. De GAL stopte simultaan.
Toen keerde de stem van Wim terug: ‘ Onze excuses voor de technische storing. Laten we terug overgaan tot de orde van de dag.’
Ik slikte een krop door. Ik wou hem vertrouwen, wou hem absoluut niet loslaten, maar hij had me verraden en teleurgesteld. En hoewel ik dat best kon vergeven, zou ik het nooit kunnen vergeten, dus moest ik hem laten gaan. Met pijn in het hart. Ik trok het toestel uit het dashboard en gooide het aan diggelen op de stoep.
‘ Ik red het wel zonder je,’ zei ik tegen het puin.
Ik liet de koppeling los, drukte het gaspedaal in en schoot op de weg, die zich voor me uitstrekte als de donkere muil van een betongrijze draak.