zondag 22 maart 2009

Perte Totale

Mongolen in een auto, ze zijn alomtegenwoordig. Ze sterken mijn theorie rond selectieve intelligentie, het feit dat sommigen het verschil tussen links en rechts niet kennen, maar wel in staat zijn belastingen te ontduiken en een rijbewijs te halen.
‘ Dat moet ik ook kunnen,’ besloot ik op zekere ochtend, waarop ik meteen een handvol cheques scoorde om een rijopleiding te starten. Ik had zin om me in de realiteit te storten, die ik lange tijd had gezien als een kolkende moshpit. Maar eens achter het stuur, aan de rand van het industriepark, met mijn brommende begeleider naast mij, zonk de moed me in de schoenen en sloop een stuip in mijn voet, waardoor de wagen een doodsreutel slaakte, nog voor hij tot leven kwam.
‘ Noem je dat de koppeling loslaten?’, riep Torino, want zo heet de man.
Ondanks mijn legendarische woordenschat, wist ik niet wat hij bedoelde, dus besloot ik me in mijn ondergeschikte rol te wentelen.
‘ Eerst loslaten, dan gas geven!’, herhaalde hij voor de honderdste keer, maar het klonk even abstract als de evocatie van een scheet in gebarentaal. Ik dacht aan alle malloten die me in de loop der jaren waren voorbijgesneld en besloot dat niet te veel nadenken misschien de beste manier was om iets praktisch te verrichten. Dus liet ik rustig mijn ene voet omhoog komen, drukte met de andere het gaspedaal in en reed vlotjes achteruit.
‘ Vooruit,’ schreeuwde Torino, ‘ Vooruit!’
Geschrokken keek ik door de voorruit, waardoor ik niet zag dat er een extreem schattig konijntje achter de wagen liep, dat ik herleidde tot een dampende puree. Ik wist dat het een voorteken was, maar zette toch door, ondanks Torino die ettelijke malen dreigde met zijn ontslag. Ik gaf niet op en bleef rijden tot ik in mijn eentje de baan op kon, sportief leunend door het venstertje, mijn hoofd ritmisch dreunend op de beat, exact zoals ik altijd had geoefend op mijn bureaustoel, ook als was het onmogelijk om Grand Theft Auto uit te spelen met één hand. Zo reed ik van Zele tot Baasrode, terwijl ik eigenlijk op de Heikant moest zijn.

Dus besloot ik een GAL 2001 te kopen, ook wel bekend als Goed & Andig Landschapsnavigatiesysteem Tweeduizend en één. Een innovatief product met meer dan vijfentwintig (dus zesentwintig) verschillende stemgeluiden, waaronder dat van Darth Vader, Didier Reynders en Mimi Smit. Na enige probeersels besloot ik het bij Wim De Vilder te houden, zowat de enige beroemdheid die me te vertrouwen leek… Tot hij me op zekere dag naar een eilandje temidden van het Donkmeer wou gidsen. Gelukkig kon ik remmen voor ik de plas in dook.
‘ Wat spook je uit!’, riep ik.
‘ Het hoofdpunt van vandaag is Laarne,’ zei Wim onverstoorbaar, ‘ Eerder kreeg u al de Markt, het Heilig Hartplein, de Avil Geerincklaan, de Poststraat, de Langemuntstraat, de Driesstraat, Wezepoel, de Gentse Steenweg en…’
‘ Dat is geen antwoord op mijn vraag!’, schreeuwde ik.
‘ Onze excuses voor deze technische storing,’ sprak Wim geroutineerd, waarna hij me weer rimpelloos de baan op gidste. Hoewel ik het zaakje niet vertrouwde, nam ik terug mijn houding aan: arm door het raam en kop op de beat, speurend naar grieten waar ik indruk op kon maken, ook al ben ik iets te oud om te kunnen pronken met het feit dat ik kan rijden. Relaxed zweefde ik over het wegdek, toen er een schreeuwerige stem weerklonk: ‘ Welk straatnaam kan jij vormen met Straat!? We zoeken vijf letters! Vijf doodeenvoudige letters uit een alfabet van zesentwintig! Dat kan iedereen, zelfs het kleinste kind … Wat niet betekent dat minderjarigen mogen meedoen, te weten: deelnemen mag, maar winnen niet! Komaan, jij kunt het! Jij weet het! Ja, jij daar! Jij bent de enige die op dit uur op deze dag in deze auto zit!’
In paniek drukte ik op de knoppen, wanhoopskreten richtend tot Wim, maar het toestel bleef het geratel van Gino braken, als je die hyperactieve hansworst kent.
‘ Ik ga dood!’, riep ik.
‘ Wooooow! Sjuper! Gewééééééldig!’
Eddy?! Ik gilde iets terug en wierp mijn blik in de rondte, toen ik een rode mini achter me zag. Op zich geen noemenswaardig feit, ware het niet dat deze bevolkt was door vijf bloedgeile communistes. Hun verschijning bracht me helemaal van streek. Mijn reputatie stond op het spel en wie me een beetje kent, weet dat die heilig voor me is. Ik mocht en zou niet stoppen! Meer nog: ik moest een tandje bijsteken, want aan dit tempo leek ik hoogbejaard.
‘ Ama ho, wat doe je nu zehg!’, riep Piet Huysentruyt plots, ‘ Filipke, Filipke, Filipke toch! We gaan nog eens de puntjes herhalen… Eén!’
Ik gaf geen antwoord en deed wat een mens hoort te doen met kapotte toestellen: er op kloppen tot er iets verandert. Herstel je het niet, dan sla je het perte total, maar alles is beter dan het defect laten zijn. Helaas bleef Piet gespannen wachten op een antwoord en kreeg ik het ding niet kapot.
‘ Stomme kwaliteitsproducten!’, vloekte ik, veel te snel door een bocht razend.
‘ Waar zijn die handjes!’, riep Regi.
‘ Er is zo precies een heel klein beetje een plobreem,’ gromde een hond.
‘ Ik ben Phaedra Hoste,’ zei Phaedra Hoste.

Ik bleef wanhopig op het ding rammen, maar de stortvloed aan BV’s was niet te stoppen. Verward door de overdaad begon ik te stuiptrekken. De wagen schokte over het wegdek, rammelde en gierde. De communistes wezen lachend in mijn richting, dus besloot ik te stoppen. Met mijn laatste gevoel voor waardigheid probeerde ik het voertuig te parkeren, wat min of meer lukte op een iets te hoog trottoir. De rode wagen vertraagde, vijf nieuwsgierige hoofden keken me aan. Snel hing ik mijn arm door de ruit, terwijl ik mijn hoofd liet veren op de beat. Meewarige blikken gleden voorbij en verdwenen in de verte. Verslagen zakte ik weg in de zetel en klikte de radio uit. De GAL stopte simultaan.
Toen keerde de stem van Wim terug: ‘ Onze excuses voor de technische storing. Laten we terug overgaan tot de orde van de dag.’
Ik slikte een krop door. Ik wou hem vertrouwen, wou hem absoluut niet loslaten, maar hij had me verraden en teleurgesteld. En hoewel ik dat best kon vergeven, zou ik het nooit kunnen vergeten, dus moest ik hem laten gaan. Met pijn in het hart. Ik trok het toestel uit het dashboard en gooide het aan diggelen op de stoep.
‘ Ik red het wel zonder je,’ zei ik tegen het puin.
Ik liet de koppeling los, drukte het gaspedaal in en schoot op de weg, die zich voor me uitstrekte als de donkere muil van een betongrijze draak.

zondag 15 maart 2009

Ode aan Bobbejaan

Bobbejaan S., jodelheld en wild west-icoon, had vaak last van nostalgie. Dit deelde hij met het plebs in de vorm van kleverige, doch respectabele songs. Respectabel omdat Bobbejaan, Bobbejaan is. Hij is de stem van een generatie... Wenen, Oostenrijk, Scherpenheuvel,... Wereldwijd liet hij zijn invloed gelden. Er is zelfs een land naar hem genoemd.
Maar toch: als Bobbejaan weer loos ging op het klokje van grootmoeder of de Leuvense stoof van zijn nonkel Désiree, was het dekking geblazen. Ontroerend voor wie er bij was, maar eerder oubollig voor zij die geboren zijn met de wekkerradio, centrale verwarming en Pacman. Ok, Pacman heeft er niks mee te maken, maar hij is wel cool. En geel.

Enige tijd terug haalden enkele jonge, hippe honden Bobbejaan van stal. Ze stopten hem in nieuwe boots, deden een Cashke, zwartwitte karakterkop op de hoes incluis. Uitgepuurde songs, naakte tristesse, gedragen door een doorleefde stem, bijna naar adem happend, zoals de luisteraar zelf. Rijkelijk laat, maar beter dan nooit: 'Bobbejaan'. Een tearjerker van formaat.Een krachtig eerbetoon aan de grootste held uit mijn kindertijd. Hulk Hogan en B.A. even terzijde gelaten, al is diens zangtalent ook niet te onderschatten. Getuige deze clip, want een mens mag ook eens lachen, nietwaar.

zondag 8 maart 2009

Literatuur

Canal Marginal is meer dan halfgare nonsens. Af en toe wordt er ook een poging tot serieuze literatuur ondernomen. Vandaag wordt het onderwerp ‘citroenen’ behandeld. De symboliek van dit thema zal de gemiddelde intellectueel allicht niet ontgaan, hoewel ‘t evengoed tomaten zouden kunnen zijn. Of een waterbed.

Citroenen

Fernandel Ketelbeer bevond zich ter hoogte van de openingszin, toen een onverwachte bijzin de druk op zijn schouders verhoogde. Hij spoedde zich naar de tweede zin&om vervolgens te struikelen over een wel heel bizar leesteken. Doch door niks werd hij geenszins onderbroken om zijn snode plannen ten uitvoer te brengen, afgezien van ginder en daar een paar losgeslagen woorden: verbalde spasmen als een metafoor zonder endeldarm. Nee, Fernandel zou die citroenen bemachtigen, no matter what, zelfs als hij alle taalgidsextremisten op zijn futhermocking motherfucker kreeg.

Hij rende de straat op, richting supermarkt, toen zijn weg versperd werd door de zijn ergste vijand: de almachtige alliteratie. De spanning steeg ten top, wat duidelijk te merken was aan enkele uitroeptekens, die sensationeel doch betekenisloos voorbijraasden:
! ! ! !! !!! !!!! !!!!!! !!!!!!!!!!
Onze held werd echter niet gehinderd door dit spervuur noch door het onwaarschijnlijk overweldigende obstakel op zich. Bijgevolg bereikte hij, kleerscheurloos en niet al te afgeleid door het vreemde woord dat zijn toestand moest omschrijven, zijn doel: de citroenen.

Doch toen hij deze daadwerkelijk ter hand nam, stierf hij aan een fatale twijfelaanval, toen een verwarrend gezegde hem langs achteren besloop: ‘je kan geen appelen met citroenen vergelijken’

“AAAAAAAAAAAAAARGHLLLLL*L*L*L*lll**ll***l****reutel****schzwschzs…. $^p;sd,gn^$$*.”

Toen hij uiteindelijk dood was raapten het misvormde vormexperiment en bijhorende vage woordspeling hem op. Ze stopten hem in een put, zo diep:

P
U
T
P
U
T
P
U
T
P

Zo diep dus.

Dieper dan die put wordt het niet.


EINDE
(van een baard die niet de jouwe is)

zondag 1 maart 2009

Final Thought

Februari was een zeer hectische maand. Uw held trok naar Berlijn om er een paar wonderlijke impressies op te slaan, zowel mentaal als machinaal. Helaas werd zijn fototoestel in Brussel-Noord ontvreemd door een vingervlugge snoodaard. Deze daad ontlokte hem ijzingwekkende kreten, zoals daar zijn: ‘ Aarsbaard!’, ‘ Reetpeer!’ en ‘Holmos!’ Dit teneinde al de voor de hand liggende uitroepen, zoals ‘Godvermiljaardedjuudenondzijnkluuten’ te vermijden. ’t Is niet omdat een Gouden Uil heel veraf is, dat je hem regelrecht moet fistfucken. Ook in het dagelijkse leven. Schrijver ben je vierentwintig uur op vierentwintig, ook al is de functieomschrijving eerder vaag.

Maar soit, deze ongelukkige samenloop der omstandigheden (plus nog enkele extra’s, zoals het langer dan verwacht koken van enkele eieren en levensnoodzakelijke assistentie bij de tergend trage geboorte van zeven babymuggen) had tot gevolg dat februari een zeer povere maand werd met niet meer dan twee bijdrages. Schandalig, dus!

Deze maand beter.
Tenzij er iets tussenkomt, natuurlijk.

zaterdag 21 februari 2009

Zeelse nerd boos op VTM

Zelenaar Bert Krul (23), in de wereld van Warcraft ook gekend als Killerlord1327, studeert Biochemie aan de VHSO (Virtuele Hogeschool voor Sociaal Onkundigen). Toen hij een zoekertje aantrof voor het VTM-programma ‘Beauty & De Nerd’, besloot hij zijn kluizenaarschap in te ruilen voor het BV-dom. Helaas werden zijn dromen al snel verpulverd door de diabolische productieploeg.

CM: ‘Beauty & De Nerd’… Dat lijkt je op het lijf geschreven, Steve Urkel kan een puntje aan je zuigen!

Krul: Vroeger zou ik beledigd zijn door een dergelijke opmerking, maar nu kan ik je enkel bedanken. Nerd is niet langer een scheldwoord, maar een prestigieuze titel die je met trots moet dragen. Dankzij het programma krijgen we eindelijk de waardering, die we verdienen. Het is niet omdat 87% van mijn vriendenkring uit pixels bestaat en ik halsstarrig blijf geloven dat liefde een louter chemisch proces is waardoor ik elk interseksueel contact ga rationaliseren, met emotionele blokkering en bijhorende maagdelijkheid tot gevolg, dat ik daarom een loser ben. Nee, ‘nerd’ blijkt plots een synoniem te zijn voor slimme persoon, omringd door domme wijven met enorm rijzige uitvloeisels van de nekgolf. Om die stelling te helpen bewijzen, wou ik ook meedoen aan de show.

CM: Maar er kwam iets tussen?

Krul: Dat is het minste wat je kan zeggen! Zoals je kan zien, voldoe ik aan alle voorwaarden. Witte, opzichtige kousen van een merk dat al tien jaar failliet is. Een veel te korte jeansbroek van mijn veel oudere broer, die ze op zijn beurt van mijn vader had gekregen, enzovoort. Een hemd met een motief dat er lijkt opgekladderd door een blinde mondschilder met parkinson. Een veel te grote gsm met een antenne, die opzichtig aan mijn broeksriem hangt, zodat iedereen kan zien dat ik iemand ken die me elk moment kan opbellen. En uiteraard een smoel die elke pasfotograaf met een tikkeltje beroepseer een beroerte bezorgt.
En dat zijn dan nog maar de uiterlijke kenmerken, he!! Ik speel tot acht uur per dag role playing games op internet! Ik heb drie blogsites die over niks in het bijzonder gaan en al evenmin bezocht worden. En ik bekijk om het half jaar alle afleveringen van ‘Star Trek’, ‘Battlestar Gallactica’ en ‘De Kat’. Daarenboven spreek ik naast zeven erkende talen, ook Klingon, Orks, Elfs, Bollox en Esperanto. Ik heb alle zeven de collector’s edities van ‘The Lord of The Rings’, terwijl ik mezelf niet eens een uitzonderlijke fan zou noemen. Mijn moeder is mijn beste vriendin en op zaterdagavond ga ik een kaartje leggen bij de buurman, die vijfennegentig is en aan artrose in de vingers lijdt, waardoor hij steevast verliest. Wat ook de belangrijkste reden is waarom ik met hem speel.

CM: We hadden het eigenlijk over wat er precies tussen kwam.

Krul: Sorry, als ik sociaal contact heb, wil ik er altijd alles tegelijk uitgooien: mijn hele persoon, mijn hele leven! Dan probeer ik de mensen op vijf minuten van mezelf te overtuigen! Maar goed, we werden dus uitgenodigd voor een eerste auditie, wat eerlijk gezegd een vreselijke uitdaging was. Eerst en vooral moest ik er voor zorgen dat mijn afwezigheid op internet overal aangekondigd werd, wat een serieuze opgave was, gezien ik bij zevenenzestig verschillende fora en communities aangesloten ben. Daarna moest ik me wassen, naar buiten gaan, de spottende blik van mijn zevenjarig buurmeisje trotseren, in de auto zitten, in het VTM-gebouw raken en de vrouw van de helpdesk aanspreken!! Gelukkig bleek het een man te zijn, dus viel ik net niet van mijn stokje.
Nu, ik weet niet of je al in dat gebouw geweest bent, maar dat is dus echt gigantisch, he. En overal mooie vrouwen en homoseksuelen! Uiterst verwarrend! Ik was zodanig onder de indruk, dat ik op een gegeven moment mijn moeder kwijt was. Vreemd, gezien ik de hele tijd haar hand had vast gehouden. Ik zwierf door de gangen, toen ik uiteindelijk op een serieuze kont stootte… Ze behoorde toe aan een vrouw die om onduidelijke redenen voorovergebogen stond. Ik dacht bij mezelf: ‘Dit is showbizz! Je stapt hier gewoon binnen en je kan meteen copuleren', wat gezien het overdadige zaaddebiet in mijn ballen zeer aanlokkelijk leek. U weet allicht dat ik belachelijk verlegen en onzeker ben, maar het programma had toen al een positieve invloed op mij...
Dus trok ik die vrouw haar broek af en zocht in mijn Biologische Handbijbel op wat ik vervolgens moest doen. Helaas eindigde daar mijn avontuur. De vrouw bleek geen groupie, maar een kuisvrouw te zijn! Dan nog één met een glazen oog en een pijp in haar smoel! En ik alsmaar denken dat al die medewerkers van VTM perfect waren! Voor minder dan Jessica Alba kom ik niet uit mijn kot… Dat ben ik verplicht aan mijn gemediatiseerde wereldbeeld.
Maar soit, ik werd dus op straat gezet! Wat ik vreemd vind, gezien ik net had bewezen het soort rukker te zijn dat ze nodig hebben. Maar ik wil er ook niet te veel over zagen. Het programma heeft zoveel betekend voor ons imago, dat ik ondertussen zelfs al eens gezoend heb. Het was wel via msn, maar toch… Het is een begin!

dinsdag 10 februari 2009

Zin en zo & co

‘ Wat zal ik nu eens doen met mijn diploma Meester in de Passiviteitkunde,’ dacht ik bij mezelf, waarop ik langzaam in slaap donderde. Toen ik drie uur later wakker werd, beviel ik van het ei van Columbus. U vraagt zich misschien af hoe dat precies kon geschieden. Laat ik het er bij houden dat Columbus een handige gladjanus is en ik een diepe slaper ben met een zeer soepele anus. Ik kraakte het ei en bakte het op een pannetje. Ik snoof de walmen op en zei bij mezelf: ‘ Eureka! Ik heb het gevonden.’ Wat ik had gevonden, wist ik nog niet precies. Maar dat ik het had gevonden was overduidelijk. Euforisch danste ik naar de zetel, alwaar ik mij voor een tweetal uur neerplantte. Langzaam kreeg de vreugde de vorm van een haalbaar idee. Ik had slechts twee dingen nodig: mijn grenzeloze wijsheid en een nepgouden muurplaat waarop in sierlijke letters zou staan: ‘ FDK Philosophical Consultancy’. Een antwoord op al uw vragen.
Ik ging meteen naar de vdab om een startbeurs te vragen, maar daar werd ik zonder pardon buiten gesmeten.
‘ Dat is de oudste truuk uit het grote profiteerboek!’, riep de stijve vrouw me achterna, terwijl ze me beschoot met haar M16.
Aldus restte er me niks anders dan een subsidieverzoek te richten tot ons gemeentebestuur en de FOEF (Filosofische Onderzoekspraktijk voor Eender welke Fragen), maar beiden antwoordden dat ze dit geen zinvol idee vonden. ‘Kan u me dan wel een zinvol idee noemen in het licht van de vermeende eeuwigheid en de oneindig geachte kosmos?’, repliceerde ik in een volgende brief. ‘Deze vraag negeren,’ stuurde de FOEF terug. Het gemeentebestuur zond me een stylo en een grappig hoedje in de Zeelse driekleur.

‘ Jullie missen een unieke kans,’ zei ik bij mezelf en ik pakte een wit blad papier waarop ik de naam van mijn bureau stiftte. Ik dacht nog even om het Filiposofie Consultincy te noemen, maar dat leek me al snel een achterlijk idee. Ik hing het papier aan mijn voordeur en wachtte in de zetel tot de eerste klant kwam. Dat gebeurde drie dagen later. Het was een breed grijnzende plurk in maatpak.
‘ Goedendag,’ zei hij, ‘ Heeft u soms last van stof?’
‘ Welk soort stof bedoelt u?’, vroeg ik, ‘ Stof tot nadenken of stoffelijkheid?’
‘ Ik bedoel stof zoals in de gang of onder de kast,’ zei hij, ‘ Gewoon stof.’
‘ Beste man, je kan niet zomaar veronderstellen dat er iets bestaat als gewone stof,’ zei ik, ‘ En nu wil ik graag dat u vertrekt… Of ik stop je stofzuigers waar het pijn doet.’
‘ Ik verkoop geen stofzuigers,’ zweette de man, ‘ Maar neussprays.’
‘ Had dat dan meteen gezegd,’ zei ik, ‘ Geef me er dan maar een stuk of zeven… Kijk daar: een naakt vogeltje!’
Ik wees naar het lege luchtdek. De man keek op en ik vluchtte snel weg. Toen ik even later terugsloop naar mijn woonst, was hij verdwenen. Verkopers, je moet ze weten aan te pakken.

Ik ging terug in de zetel liggen, wachtend op een echte klant. Deze dook – vreemd genoeg - niet veel later op, alsof de verkoper de dynamiek van deze ruimte had aangezwengeld. Het was een kleine, verschrompelde man met een overall en een petje van een veevoederbedrijf. Hij vroeg of hij mijn toilet mocht gebruiken.
‘ Dat mag,’ zei ik zo kalm mogelijk, ‘ Maar dan moet u wel een vraag stellen.’
‘ Dat heb ik toch net gedaan?’
‘ Een filosofische vraag,’ zei ik, ‘ Zoals: kan ik aanspraak maken op ware vrijheid of als het ons niet bedrukte dat we hier voorheen niet waren, waarom zou het ons dan nu bedrukken dat we er straks niet meer zullen zijn?’
‘ Goed,’ mompelde de boer verdwaasd, ‘ Maar mag ik eerst gaan kakken?’
‘ Natuurlijk mag dat,’ zei ik, ‘ Achter in de gang, de eerste naar links, dan naar rechts, dan diagonaal door de veranda, de tuin oversteken – via het gangpad, niet over het gras – achter het tuinhuisje, boven op de rest. Krantenpapier staat in de living, toiletverstuiver naast de hoop.’
De man bedankte me en kwam even later terug. Hij zag een beetje groen.
‘ Heb je een vraag bedacht?’, vroeg ik meteen.
‘ Jazeker,’ zei de man, ‘ Wat is de zin van het leven?’
Ik zuchtte. Deze vraag was even essentieel als voorspelbaar. Anderzijds waren het dit soort vragen die mijn bureau zou beantwoorden. Als ik deze man een positief antwoord kon geven, zou hij dit ongetwijfeld gaan vieren op café en het doorvertellen aan zijn vrienden. En zoals men weet is mond aan mond reclame de allerbeste, vooral in de filosofische sector.
‘ Voor ik u een antwoord geef,’ zei ik, ‘ Wil ik u er toch even attent op maken dat dit de duurste vraag is uit ons aanbod. Maar omdat u de eerste klant bent, krijgt u het antwoord gratis. Als ik het tenminste vind.’
‘ Mooi,’ mompelde de man. Hij verlangde duidelijk naar een pint.

‘ Nu, als u deze vraag stelt,’ zei ik, ‘ Gaat u er vanuit dat het leven sowieso een zin heeft. Dat is het eerste facet dat we moeten onderzoeken. Tenzij u er van overtuigd bent dat het zo is.’
‘ Natuurlijk heeft het zin,’ zei de man, ‘ Zoals de grote, vrouwelijke filosoof Els De Schepper reeds schreef in haar bestseller Het heeft zin.’
‘ Zozo,’ knikte ik goedkeurend, ‘ Mijnheer is belezen.’
‘ Ik heb het niet echt gelezen, hoor,’ bloosde de man, ‘ Waarom zou ik, als de essentie in de titel staat. Vandaar mijn vraag: wàt is de zin?’
‘ Daar heeft u een punt. De zin van het leven, door u en Els De Schepper verondersteld dat die er zou zijn, is…’
Ik dacht diep na en zei uiteindelijk: ‘ Mijn waarde man. De kracht van bepaalde vragen schuilt er net in dat er geen duidelijk antwoord is. Daarom is het soms beter om de vraag te koesteren in plaats van het antwoord.’
De man protesteerde: ‘ Mijnheer, ik mag dan wel een achterlijk boertje zijn die onbetamelijke dingen doet met zijn melk, maar dit is de grootste onzin die ik ooit heb gehoord. ’t Is te zeggen: u geeft geen antwoord, u geeft extra gewicht aan de vraag. Dat kan u misschien net het nut van filosofie vinden, maar dat zal me aan mijn reet roesten. En nu moet u me excuseren. Ik ga een beetje op mijn veld staan en schijnbaar mijmerend in de verte staren, één zijnde met de natuur die ik daarna met vette winst verkoop op allerlei beurzen. U weze gegroet.’
‘ U ook,’ zei ik en duwde hem naar buiten. Bij de voordeur, keek ik naar het blad. Ik twijfelde of ik het zou laten hangen. Ach, het zou uiteindelijk weinig verschil maken. Geïnteresseerden waren altijd welkom. En als er niemand kwam… Tja, dan deed ik gewoon verder met hetgeen ik aan het doen was.

donderdag 29 januari 2009

Final thought

Het was een bewogen maand. Zaken bleven tot vervelens toe vallen en crashen tot één of andere malloot besloot om de routine te doorbreken. De malloot in kwestie, Kim De Gelder geheten, valt overigens perfect te vergelijken met Bert Anciaux: een loser die plompweg even goedkope als verwoestende meningen strooit, een beetje zoals nazi's die willekeurig keppeltjesdragers mollen of hardnekkige Carapilsdrinkers die bij wijze van afwisseling drie kilo ongevraagd reclameblaadsel in je brievenbus proppen. Je weet wel, van die schrale gasten in een wit busje zoals Dutroux of Sardonis.

Ja, een wereld zonder vergelijkingen zou zijn als een Fritzl zonder wenkbrauwen: kaal en karakterloos. Laten we de traditie dus vooral in stand houden. Peper en zout in overvloed, zelfs al verprutst het de pot.

Volgende week lassen we trouwens even een stop in. Dan zit uw literaire voorbeeld in Berlijn, waar hij inspiratie zal opdoen ten bate van de marginaliteit. U hoort nog van ons!

uw held,

Filip